Een extra zeil

Als je het polairdiagram van de Victoire 933 bestudeert (zie hieronder), dan valt je op dat de boot bij lichte wind (rode lijn, 6 knopen) tussen de 75 en 120 graden op haar best loopt. Als de wind toeneemt tot zo’n 20 knopen (de buitenste lijn in de figuur), dan verschuift dat gebied naar pakweg tussen de 110 en 150 graden.

In beide gevallen zakt de snelheid in met een voordewindse koers, vooral bij een lichte wind. Tijd dus om daar wat aan te doen. Er zijn verschillende soorten genakkers en spinakkers? Maar wat voor een zeil kies je dan, er van uitgaande dat er voornamelijk short-handed gezeild wordt? Je zeilmaker kan je er ongetwijfeld van alles over vertellen, maar een beetje spitten op het internet kan geen kwaad om de kennis op te poetsen.

Yachting World, Doyle en QuantumSails behoren tot de partijen die over de verschillende mogelijkheden gepubliceerd hebben. Ze schrijven echter vanuit een racing perspectief. Voor mij niet zo relevant, maar de alternatieve zeilen en hun vormen worden wel mooi op een rijtje gezet. Het onderstaande voorbeeld komt van een Koreaansforum.

Bij het vergelijken van de informatie op de verschillende sites blijkt dat de zeilmakers zo hun eigen interpretatie aan de nummers geven. Zo is de A4 runner van Doyle bedoeld voor 10 tot 25 knopen wind, terwijl die van Quantum voor 18 tot 30+ knopen bedoeld is. Ook verschilt de windhoek iets. Ga er dan maar vanuit dat ook het doek van een andere dikte is.

Voor de Prudence had ik een A4 runner in gedachten. Ik had in de winter al offertes opgevraagd, maar vond het toch wel een stevig bedrag. Uiteindelijk besloten Marktplaats maar een half jaartje in de gaten te houden. Dat bleek de moeite van het wachten waard.

Sinds gisteren ben ik de eigenaar van een zo goed als nieuwe A4 ‘runner’ van Hagoort. Ietsje kleiner dan de afmetingen waarmee UKdeVries aankwam, maar het komt erg dicht in de buurt. Mooie kwaliteit doek (0,9 oz. Contender Nylite). Vandaag was er weinig wind op de haven, dus een mooie kans om de genakker maar eens te hijsen. Valt niet tegen dus, zoals op de foto hiernaast te zien is.

Maar ben ik er nu? Nee, zoals jeop de foto kunt zien.
Momenteel zit de ‘tack’ op de plek van de tweede voorstag, dus achter de genua. En heb ik de genakker gehesen met de val van de genuahoes. Dat betekent ter eerste dat de genakker wat naar achteren staat, en je dus wat snelheid verliest. Bovendien, als je zoals gebruikelijk ‘buitenom’ gijpt, blijven ‘tack’ en ‘head’ hangen achter de genua. Je hebt dan een ATN nodig om je genakker ‘binnen te halen’. Vervolgens gijp je en laat je over de andere boeg de genakker weer uit de ATN.

De tweede optie is om de tack wat meer naar voren te plaatsen. Het preekstoel / ankerbeslag biedt daar wel wat mogelijkheden voor. En ook een boegsprietje van pakweg 1 meter is met wat aanpassingen nog wel te doen. Voor de head is dan ook een andere oplossing nodig, namelijk een extra val.

Zeiltechnisch is de tweede optie de mooiste. De gennaker kan dan een stukje naar voren en omhoog. Het is echter ook de bewerkelijkste. Maar ik heb ook nog een ATN liggen van de Compromis.

De winter is er om de quick & dirty oplossing (ATN) eens uit te proberen. En om goed over na te denken over de meerwaarde van een boegsprietje / extra val.

Advertenties